1.2.5.1 Programmalijn Financiën
Doel: Een duurzaam financieel evenwicht. |
|---|
Een duurzaam financieel evenwicht. |
Doelstelling voor 2025 en verwacht effect |
In 2025 zetten we het in 2024 gestarte proces van optimalisatie van de P&C-producten voort. Het effect is een betere financiële sturing, beheersing en een efficiëntere bedrijfsvoering bewerkstelligen. |
1.2.5.1 .2 Tabel: Prestatie-indicatoren:
Prestatie-indicatoren financiën | Rekening 2024 | Begroting 2025 | Prognose 2025 | Rekening 2025 |
|---|---|---|---|---|
Vrije kasstroom (in € 1 miljoen) | -28,4 | -53,5 | -51,6 | -55,7 |
Netto-schuldquote (schuldpositie gedeeld door belastingopbrengsten) | 173%* | 175% | 175% | 157% |
Kapitaallasten als % van de totale lasten | 22% | 20% | 20% | 21% |
* In de vastgestelde jaarstukken 2024 staat 175%. In die berekening van de NSQ zijn per abuis de opbrengsten uit verkoop groen gas e.d. meegenomen. | ||||
In de 2de begrotingswijziging (2e BW) die in de VV van november 2025 is vastgesteld, zijn geen prestatie-indicatoren opgenomen. De begrotingswijzigingen hebben echter wel gevolgen voor de financiële prestatie-indicatoren. Om een juiste aansluiting te krijgen met de financiële cijfers en toelichtingen in de rest van dit document hebben we in de kolom Prognose 2025 de cijfers van de 2e BW verwerkt.
De netto schuldquote (NSQ) daalt meer dan begroot. Dat komt doordat enerzijds de belastingopbrengsten € 3,1 miljoen hoger zijn dan in de prognose is afgegeven (zie paragraaf 1.3.3 Waterschapsbelasting) en anderzijds de netto schuldpositie circa € 50 miljoen lager uitkomt dan geprognosticeerd. Deze laatste bestaat uit een hoger saldo in de schatkist van € 10 miljoen en een lager saldo van korte vorderingen en schulden van bijna € 38 miljoen dan geprognosticeerd (zie hieronder de toelichting op de kasstroom).
De kapitaallasten als percentage van de totale lasten zijn licht hoger dan verwacht. Dit komt door de inhaalafschrijvingen van € 1,1 miljoen op de twee activa met restwaarde (zie paragraaf 1.2.4.1).
De opbouw van de vrije kasstroom staat in de volgende tabel.
Kasstroom | Rekening 2024 | Begroting 2025 | Prognose 2025 | Rekening 2025 |
|---|---|---|---|---|
(bedragen * € 1 miljoen) | ||||
1 - Kasstroom uit exploitatie | ||||
Totale opbrengsten | 328,6 | 330,5 | 338,3 | 342,9 |
Totale lasten | -305,1 | -318,0 | -329,1 | -318,7 |
Afschrijvingen | 39,5 | 39,4 | 40,4 | 41,5 |
Invloed vorderingen en schulden 1 | -20,7 | - | - | -37,2 |
Invloed voorzieningen 2 | 1,1 | - | - | 0,9 |
Totaal kasstroom exploitatie | 43,4 | 51,8 | 49,7 | 29,4 |
2 - Kasstroom uit investeringen | ||||
Investeringen (inclusief bijdragen van derden) | -32,0 | -55,5 | -51,5 | -35,3 |
Subtotaal kasstroom voor verplichte aflossingen | 11,4 | -3,7 | -1,8 | -5,9 |
3 - Kasstroom uit financiering | ||||
Aflossingen PPS-leningen en overige leningen | -39,8 | -49,8 | -49,8 | -49,8 |
Totale vrije kasstroom | -28,4 | -53,5 | -51,6 | -55,7 |
1 In de geprognosticeerde balans in de begroting gaan we er vanuit dat de posities van de kortlopende vorderingen en van de kortlopende schulden onveranderd blijven. Hierdoor is de begrote kasstroom nihil. In de praktijk ontstaat bijna altijd een verschil tussen de standen aan het eind van het jaar.
2 De onttrekkingen en toevoegingen aan de voorzieningen worden niet begroot. Pas bij het opstellen van de jaarrekening krijgen wij inzicht in de hoogte van de voorzieningen en de benodigde toevoegingen.
De vrije kasstroom is € 4,1 miljoen lager (hogere uitstroom) dan de prognose. Dit verschil wordt verklaard door de volgende posten:
- De kasstroom uit het resultaat is € 14,9 miljoen hoger. Dit bedrag bestaat uit € 4,6 miljoen meer opbrengsten en € 10,3 miljoen minder kosten.
- De afschrijvingen zijn hoger door de inhaalafschrijving op de twee activa waarvan is geconstateerd dat ze aan het einde van de looptijd nog een restwaarde hebben.
- In de post Invloed vorderingen en schulden zit de afname van de schuld aan Delfluent van € 32,7 miljoen. In januari 2025 is het geschil over de service-fee met Delfluent door middel van arbitrage beslecht en zijn de nog verschuldigde bedragen inclusief rente aan Delfluent betaald. De betaling heeft geen effect op het resultaat van 2025, omdat in de jaarrekeningen van 2022, 2023 en 2024 hierop was geanticipeerd.
- De netto investeringsuitgaven zijn € 16,2 miljoen lager dan begroot. De realisatie bestaat enerzijds uit € 40,1 miljoen aan uitgaven anderzijds uit bijdragen (met name subsidies) van € 4,8 miljoen.
Wat hebben we bereikt?
In 2025 hebben wij ons voorbereid op de invoering van het nieuwe belastingstelsel per 1 januari 2026. Hierdoor - en ook door wijzigingen in de verslaggevingsregels - hebben wij een aantal verordeningen en nota's (waaronder de Kostentoedelingsverordening watersysteemheffing Delfland en de nota Reserves en voorzieningen) herzien en laten vaststellen door de VV.
Voor ontwikkelingen bij Delfland met grote financiële gevolgen, zoals de Vergulde Hand, is bedrijfseconomisch, fiscaal en financieel advies gegeven.
Lias, een softwarepakket dat het planning en control-proces beter ondersteunt, is gebruikt voor de samenstelling van de begroting 2026 en deze jaarstukken. Ook voor de andere P&C-producten wordt Lias gebruikt. Dit zal leiden tot een hogere efficiency in het maken en de kwaliteit van de P&C-producten.
Het inkoopteam is in 2025 versterkt. Het team ondersteunt en adviseert de organisatie bij onder andere het rechtmatig aanbesteden van goederen, werken en diensten en inhuur. In 2025 heeft de VV het uniforme inkoopbeleid voor alle waterschappen bij Delfland vastgesteld.
Wat heeft het gekost?
Exploitatie:
1.2.5.1 .3 Tabel: Exploitatie programmalijn Financiën
Financiën | Rekening | Begroting | Bijgestelde | Rekening |
|---|---|---|---|---|
Lasten | 15.618 | 14.569 | 14.423 | 14.157 |
Baten | -4.918 | -4.411 | -4.358 | -4.533 |
Saldo | 10.699 | 10.158 | 10.065 | 9.624 |
* Vanwege een wijziging in de verslaggevingsregels heeft een verschuiving plaatsgevonden tussen de baten en lasten. In zowel de begroting 2025 als de bijgestelde begroting 2025 zijn de personeelsbaten meegenomen als negatieve lasten. Daardoor werden zowel de baten als lasten te laag gepresenteerd. In deze cijfers is dat gecorrigeerd.
Toelichting:
Lasten
In de 2de begrotingswijziging is het afdelingsbudget met € 0,1 miljoen verlaagd. De verwachting was dat de kosten voor extern personeel lager zou uitvallen. Uiteindelijk zijn die kosten nog lager uitgevallen.
Baten
In 2025 zijn meer verzoeken binnengekomen dan vooraf verwacht voor zowel de afkoop van de erfpachtcanon (het vooraf in één keer voldoen van de volledige erfpachtsom) als voor de verkoop van het juridisch eigendom van de grond (het blooteigendom) aan de zittende erfpachter. Hierdoor is de eenmalige opbrengst in het afgelopen boekjaar hoger uitgevallen dan eerder was ingeschat op basis van de verwachte verkooptransacties.
Toelichting op doorbelasten personeelskosten
De Financiële Eenheid voert voor de Hoogheemraadschappen van Rijnland, Schieland en de Krimpenerwaard en Delfland de financiële administratie. Hiertoe behoort ook het beheer van het systeem waaronder de urenmodule. Wij zijn zelf verantwoordelijk voor een goede urenbegroting en realisatie door middel van tijdschrijven. Aan de hand van de geschreven uren worden namelijk de afdelingskosten (personeelslasten, inhuur personeel, baten uit detachering en dergelijken) doorbelast naar de programmalijnen. Volledigheid en juistheid van tijdschrijven is dus essentieel.
In 2025 is de realisatie van de afdelingskosten € 78,6 miljoen (begroot € 79,7 miljoen). Hiervan is € 74,5 miljoen doorbelast naar de programmalijnen door middel van tijdschrijven. Dat betekent dat € 4,1 miljoen niet is doorbelast. Om toch alle afdelingskosten te kunnen doorbelasten, vindt met de jaarafsluiting een analyse plaats van de geschreven en ontbrekende uren (de zogenaamde nacalculatie). Hieruit volgt een boeking die er voor zorgt dat uiteindelijk alle afdelingskosten worden doorbelast naar de programmalijnen. Dit kan echter leiden tot een afwijking op een programmalijn die niet direct te koppelen is aan de uitgevoerde activiteiten. Verschillen in personeelskosten op programmalijn-niveau zijn hierdoor niet altijd goed te verklaren. Deze systematiek is gelijk aan die van voorgaande jaren.
