Jaarrekening

De exploitatierekening

2.1.2 Exploitatierekening naar kosten- en opbrengstensoorten

2.1.2.1 Tabel: Exploitatierekening naar EMU-indeling - kostensoorten

Kostengroepen

Rekening 2024

Begroting 2025

Bijgestelde
begroting
2025

Rekening 2025

Rente en afschrijvingen

Afschrijvingen van activa

39.518

39.367

40.418

41.534

Afschrijvingen van boekverliezen

0

0

0

-85

Externe rentelasten

26.664

23.839

24.606

24.293

Personeelslasten

Overige personeelslasten

3.555

3.264

3.574

3.532

Personeel van derden

14.401

7.409

7.395

13.958

Salarissen huidig personeel en bestuurders

48.694

58.296

58.419

54.284

Sociale premies

13.311

15.778

15.849

14.528

Goederen en diensten van derden

Belastingen

2.046

2.221

2.049

1.641

Duurzame gebruiksgoederen

6.913

5.003

6.864

9.025

Energie

7.311

6.970

6.543

5.554

Huren en rechten

101

11

11

108

Leasebetalingen operational lease

54.277

53.532

56.787

54.529

Onderhoud door derden

9.078

25.764

32.004

9.579

Overige diensten door derden

52.399

52.864

55.777

66.255

Overige gebruiksgoederen en verbruiksgoederen

208

148

148

240

Pachten en erfpachten

3

4

4

5

Verzekeringen

414

435

435

468

Bijdragen aan derden

Bijdragen aan bedrijven

794

359

359

994

Bijdragen aan het Rijk

12.904

11.900

12.775

11.994

Bijdragen aan openbare lichamen

10.638

11.100

4.460

4.331

Bijdragen aan overigen

1.069

537

537

808

Toevoegingen aan voorzieningen

Onvoorzien

0

-797

38

0

Toevoegingen aan voorzieningen

763

0

0

1.135

Kosten investeringen

Dekking investeringen

0

0

0

0

Totaal kostengroepen

305.058

318.006

329.053

318.710

2.1.2.2 Tabel: Exploitatierekening naar EMU-indeling - opbrengstensoorten

Opbrengstengroepen

Rekening 2024

Begroting 2025

Bijgestelde
begroting
2025

Rekening 2025

Financiële baten

Dividenden en bonusuitkeringen

-827

-827

-827

-689

Externe rentebaten

-4.054

0

-1.001

-1.123

Personeelsbaten

Baten in verband met salarissen en sociale lasten

-492

-300

-300

-660

Uitlening van personeel

-1.379

-1.013

-440

-678

Goederen en diensten aan derden

Diensten voor derden

-18.804

-17.543

-19.533

-22.078

Huuropbrengst uit overige eigendommen

-223

-180

-180

-219

Opbrengst uit grond en water

-539

-323

-323

-302

Verkoop van duurzame goederen

-467

0

0

-592

Verkoop van grond

-130

-250

-770

-426

Verkoop van overige goederen

-7.130

-5.718

-5.594

-5.197

Bijdragen van derden

Bijdragen van de EU

30

0

0

0

Bijdragen van het Rijk

-378

-2.832

-3.835

-2.255

Bijdragen van overige openbare lichamen

-180

-50

-50

-440

Bijdragen van overigen

-148

0

0

-89

Bijdragen van provincies

-562

0

0

-314

Waterschapsbelastingen

Kwijtscheldingen

5.462

6.194

5.964

5.780

Oninbaarverklaringen

3.183

4.025

4.035

3.778

Waterschapsbelastingen opbrengsten

-300.363

-308.971

-312.756

-315.379

Interne verrekeningen

Geactiveerde lasten

-1.639

-2.699

-2.699

-1.977

Totaal opbrengsten

-328.639

-330.486

-338.308

-342.861

In paragraaf 1.2 Programmaverantwoording lichten we op programmalijnniveau de verschillen tussen de realisatie en de bijgestelde begroting toe. Waar relevant worden daarbij de bovenstaande kosten- en opbrengstensoorten meegenomen in de verklaringen. Hieronder lichten we de belangrijkste afwijkingen tussen de realisatie en de bijgestelde begroting toe die in de programmaverantwoording minder uitgebreid aan bod komen.

Toelichting kostengroepen

Rente en afschrijvingen
De externe rentelasten vallen € 0,3 miljoen lager uit dan begroot. Een nadere toelichting over de betaalde rentelasten (en ontvangen rentebaten) is te vinden in paragraaf 1.3.2.1 Financiering .
De afschrijvingslasten zijn hoger dan begroot. Twee investeringen worden onbedoeld niet tot nul afgeschreven, maar blijven aan het eind van de looptijd met een restwaarde op de balans staan. Dit is niet conform ons activabeleid. Voor de resterende looptijd van 13 respectievelijk 14 jaar vinden inhaalafschrijvingen plaats om uiteindelijk voor beide activa een restwaarde van nul te bereiken.
Daarnaast is onder " Afschrijvingen van boekverliezen " is negatieve last van
€ 0,1 miljoen verantwoord. Dit betreft een correctieboeking waarmee een boekverlies dat in 2023 is geboekt, is teruggedraaid.

Personeelslasten

Door de aanhoudend krappe arbeidsmarkt was het, net als in 2024, lastig om vacatures te vervullen. Hierdoor is € 5,5 miljoen minder gerealiseerd op de loonkosten (inclusief sociale lasten en overige personeelslasten). Om het werk toch te kunnen uitvoeren, is extra extern personeel ingehuurd. De kosten hiervoor zijn € 6,6 miljoen hoger dan begroot.

Goederen en diensten van derden
Per saldo is er in deze kostengroep € 13,2 miljoen minder uitgegeven dan begroot. De grootste afwijkingen zitten in de posten " Onderhoud door derden " (€ 22,4 miljoen lager dan begroot) en " Leasebetalingen en operational lease " (€ 2,3 miljoen lager dan begroot). Aan de andere kant zijn er meer kosten gerealiseerd dan begroot onder " Overige diensten door derden " (€ 10,5 miljoen hoger dan begroot) en " Duurzame gebruiksgoederen " (€ 2,2 miljoen hoger dan begroot). Dit zal hieronder verder worden toegelicht:

  • Belastingen

De uitgaven aan belastingen zijn € 0,4 miljoen lager dan begroot; dit komt door onder meer doordat de definitieve aanslag voor verontreinigingsheffing 2022 lager is uitgevallen.

  • Duurzame gebruiksgoederen
    De kosten zijn € 2,2 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door hogere kosten voor:
    • werktuigbouw (€ 1,1 miljoen);
    • automatisering/ telecommunicatie (€ 0,9 miljoen, onder meer voor software);
    • bouwkundige en technische voorzieningen (€ 0,3 miljoen);
    • overige en overige bijkomende kosten (€ 0,3 miljoen);
    • vervoer (€ 0,2 miljoen).

Deze overschrijdingen worden voor € 0,6 miljoen gecompenseerd doordat minder aan apparatuur is uitgegeven dan begroot.

  • Energie

Voor energie is in 2025 € 1,0 miljoen minder aan lasten gerealiseerd dan begroot. Hiervan heeft € 0,5 miljoen betrekking op het programma Waterketen, waar, door de droge weersomstandigheden van het afgelopen jaar, de energiekosten voor de zuiveringsinstallaties lager zijn dan begroot. Daarnaast is in het programma Waterkwantiteit door een combinatie van het slimmer bemalen van de boezem en polders in combinatie met de weersomstandigheden € 0,4 miljoen minder aan lasten gerealiseerd dan begroot. Het restant van € 0,1 kent verschillende oorzaken waardoor lagere energielasten voor de huisvesting.

  • Onderhoud door derden

Op deze post is sprake van een onderbesteding van € 22,4 miljoen. Van dit bedrag is echter circa € 17,6 miljoen wel gerealiseerd, maar verantwoord onder kostencomponenten die binnen de kostensoort “Overige diensten door derden” vallen. De feitelijke onderbesteding komt hiermee op € 4,8 miljoen, welke met name wordt veroorzaakt door minder kosten voor onderhoud van watergangen en baggerwerkzaamheden. De laatste omdat er weinig tegenslagen waren en totale kostprijs daardoor lager is geworden. Een nadere toelichting hierover is te vinden in paragraaf 1.2.3.1 Programma Waterkwantiteit .

  • Overige diensten door derden

In 2025 is aan " Overige diensten door derden " € 10,5 miljoen meer aan kosten gerealiseerd dan begroot op deze post. De belangrijkste oorzaak is dat voor diverse projecten (o.a. baggeren en onderhoud watergangen) het budget onder " Onderhoud door derden" was opgenomen, terwijl de realisatie is geboekt onder " Overige diensten door derden" (zie ook de toelichting op " Onderhoud door derden "). Dit betreft € 17,6 miljoen. Zonder deze verschuiving is sprake van een onder uitputting van € 7,1 miljoen. Deze heeft betrekking op uiteenlopende projecten, zoals in programma Waterketen (o.a. beheer zuiveringsinstallatie Zuid, beheer PPS-contract en grensoverschrijdend afvalwater) en programma Organisatie en bedrijfsvoering (o.a. Innovatiefonds, beheer en ontwikkeling Relieve).      

  • Leasebetalingen en operational lease
    Deze post bestaat volledig uit de overeenkomst met Delfluent; voor 2025 zijn de kosten € 2,3 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit komt met name door de uitkomst van de discussie met de belastingdienst over de werkzaamheden van Delfluent, waardoor er      € 2,0 miljoen in vooraftrek is genomen. Daarnaast zijn er voor het beheer van het PPS-contract minder advieskosten geboekt door het niet kunnen invullen van een aantal functies. Een nadere toelichting is te vinden in paragraaf 1.2.4.1.

Bijdragen aan derden
Per saldo zijn de verschillen tussen bijgestelde begroting en realisatie beperkt, maar onderliggend zijn wel afwijkingen zichtbaar. Eind 2025 is er € 0,8 miljoen minder aan het Rijk afgedragen, met name binnen de programmalijn Waterkeringen: in het najaar was sprake van dat er extra aan het HWBP moest worden bijgedragen. In de 2e begrotingswijziging is daarom de begroting verhoogd met € 0,9 miljoen. Uiteindelijk is bekend geworden dat de extra bijdrage niet zou komen.

Daarnaast is er € 0,1 minder aan openbare lichamen afgedragen dan begroot, dit bestaat aan de ene kant uit een onderuitputting op het budget van € 0,8 miljoen op de programmering assets van derden (programma Waterketen); € 0,3 miljoen doordat de begrote kosten voor de renovatie van het gemaal Zuidplantsoen pas in 2027 worden afgerekend en € 0,5 miljoen als gevolg van een vertraging van uitvoering van werkzaamheden. Daarnaast is er € 0,7 miljoen aan lasten gerealiseerd waar op deze kostensoort geen budget voor was begroot, hiervan heeft € 0,4 miljoen betrekking op de doorbelaste kosten van de Provincie Zuid-Holland voor uitvoering van werkzaamheden watersysteembeheer provinciale vaarwegen en bijdragen Rijn-West, en € 0,3 miljoen op de bijdrage aan het onderzoek naar cAGS (continue-aeroobkorrelslib) op de RWZI Wijk bij Duurstede.  

De overschrijding bij " bijdragen aan bedrijven" van € 0,6 miljoen wordt onder meer veroorzaakt door een hogere afdracht aan de deelnemers van Rainlevelr. De overschrijding van € 0,3 miljoen aan " bijdragen aan overigen " betreft onder andere een partnerbijdrage aan VPdelta en the Green Village (bijdrage de Waterstraat).

Toevoegingen aan voorzieningen
In 2025 is € 1,1 miljoen toegevoegd aan de voorzieningen, waarvan € 0,3 miljoen aan de voorziening wachtgeld en € 0,8 miljoen aan de pensioenvoorzieningen van (oud-)leden van het dagelijks bestuur. Een uitgebreide toelichting over de voorzieningen is te vinden in paragraaf 1.3.2.3 Reserves en voorzieningen.

Toelichting opbrengstengroepen

Financiële baten
De rentebaten uit schatkistbankieren zijn € 0,1 miljoen hoger dan begroot Een nadere toelichting op rentebaten en -lasten staat in paragraaf 1.3.2.1 Financiering .
Aan " Dividenden en bonusuitkeringen " is € 0,1 miljoen minder gerealiseerd dan begroot; dit betreft de dividenduitkering van de Nederlandse Waterschapsbank, die als gevolg van een lagere nettowinst in 2024, op een lager niveau is uitgekomen dan de dividenduitkering van 2023 waarop de begroting 2025 was gebaseerd.


Personeelsbaten
Onder personeelsbaten vallen de categorie ‘baten i.c.m. salarissen en sociale lasten’ en ‘uitlening van personeel’. Per saldo is er in 2025 € 0,6 miljoen extra ontvangen: € 0,4 miljoen door een hogere UVW uitkering dan begroot in verband met zwangerschapsverlof of ziekte en € 0,2 miljoen door een hogere bijdrage dan begroot van Rijnland en Schieland. Dit betreft de doorbelasting van de kosten voor de extra benodigde externe ondersteuning bij de overgang naar en de inrichting van het nieuwe personeels- en salarissysteem Youforce.

Goederen en diensten aan derden
De opbrengst van alle onderdelen in deze groep tezamen is € 2,4 miljoen hoger dan begroot. Hierin zit een bijdrage uit samenwerkingsovereenkomsten van € 2,6 miljoen, waarvoor oorspronkelijk € 2,5 miljoen was begroot onder bijdragen van derden ( bijdragen van het Rijk ). Naast een hogere realisatie op de verkoop van duurzame goederen (€ 0,6 miljoen, verkoop dienstwoning), is een lagere opbrengst (€ 0,7 miljoen) gerealiseerd dan begroot op de verkoop van grond en overige goederen zoals duurzaamheidscertificaten en gas.

Bijdragen van derden
De bijdrage van derden is per saldo € 0,8 miljoen lager dan begroot, met name door de lagere opbrengst dan begroot van per saldo € 1,6 miljoen onder bijdragen van het Rijk . Dit komt deels doordat de ontvangsten van medeoverheden geboekt zijn onder samenwerkingsovereenkomsten ( diensten voor derden ) in plaats van onder " bijdragen van het Rijk" .

Bij de andere onderdelen zijn in totaal € 0,8 miljoen meer opbrengsten gerealiseerd dan begroot; bij " bijdragen provincies " is de extra bijdrage van € 0,3 miljoen afkomstig van onderhoud primaire waterkering, deze baten waren wel begroot, maar onder " bijdragen van het Rijk ". De extra opbrengst bij " bijdragen aan overige openbare lichamen " van € 0,4 miljoen heeft betrekking op de bijdrage van Schieland en de Krimpenerwaard in de gemaakte kosten voor het beheer van de Delflands Boezem. Ook deze opbrengst was wel voorzien, maar opgenomen onder " bijdragen van het Rijk ". Als laatste is er nog onder " bijdragen aan van overigen " € 0,1 miljoen meer gerealiseerd dan begroot, dit betreft diverse doorbelastingen van uren van medewerkers aan de gemeente Delft en doorbelasting maaiwerkzaamheden aan Staatsbosbeheer.    

Waterschapsbelastingen
De afwijkingen op de belastingopbrengsten lichten we toe in paragraaf 1.3.3 Waterschapsbelastingen.

Interne verrekeningen
De geactiveerde lasten hebben betrekking op het project de Vergulde Hand en zijn in 2025 € 0,7 miljoen lager uitgevallen van begroot. Dit komt door de temporisering van de werkzaamheden i.v.m. borging van de kwaliteit van de uitvoering van het project. De investeringsbeslissing is daardoor verschoven van december 2025 naar juli 2026, wat betekent dat een deel van de voor 2025 geplande werkzaamheden, zoals het aanbestedingstraject, is verschoven naar 2026.

Deze pagina is gebouwd op 06/04/2026 11:34:22 met de export van 06/04/2026 08:44:06