1.2.2.1 Programmalijn Waterkwaliteit
Doel: Schoon, gezond en levend water in ons beheergebied, dat bijdraagt aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. |
|---|
In 2027 moet de waterkwaliteit voldoen aan de normen en ecologische doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Wij dienen onze verplichtingen hiervoor dan te hebben geleverd. Delfland heeft een resultaatverplichting in zijn KRW-waterlichamen en heeft chemische normen |
Doelstelling voor 2025 en verwacht effect |
Delfland draagt maximaal bij om de normen en doelen uit de KRW voor de ecologische en |
1.2.2.1 .1 Tabel: Prestatie-indicatoren:
Prestatie-indicatoren waterkwaliteit | Rekening 2024 | Begroting 2025 | Prognose 2025 | Rekening 2025 |
|---|---|---|---|---|
1) Zomergemiddelde stikstofgehalte Boezem Westland/Midden Delfland & Boezem Haaglanden/Schie | 2,2 & 2,9 mg/l | 2,1 & 1,9 mg/l | 2,1 & 1,9 mg/l | 1,93 & 1,43 mg/l |
2) ESF’s: aantal verbeterstappen m.b.t. de 8 ESF’s in de KRW-waterlichamen* | -2 | 8 | 0 | 0 |
3) Toxiciteit: percentage polders waar pesticiden niet tot een toxisch effect leiden** | - | 30% | 30% | 34,6% |
* De prestatie-indicator ESF’s (Ecologische Sleutelfactoren) is gebaseerd op het aantal benodigde verbeterstappen om de ecologie op orde te krijgen. | ||||
De tabel volgt drie indicatoren voor waterkwaliteit. De stikstofwaarden in beide boezems zijn in 2025 gedaald ten opzichte van 2024, een positief resultaat. De ESF-score (ecologische randvoorwaarden) staat op 0: er zijn nog geen verbeterstappen gezet. Het aandeel polders zonder schadelijke pesticiden-niveaus is 34,6%; dit is laag. Dit komt overeen met het gestelde doel van 30%.
In dit jaarverslag wordt alleen de realisatie weergegeven op de PI’s. Hoog over is het beeld dat de stikstofzomerwaarden in 2025 in beide boezems dalen of stabiel zijn, dat de ESF-indicator aangeeft dat er geen verbeterstappen zijn gezet in de ecologische randvoorwaarden en dat het percentage polders waar pesticiden geen toxisch effect hebben rond de 30% blijft steken. Hiermee is sprake van een gemengd beeld. Nadere duiding vindt plaats in de waterkwaliteitsrapportage en de voortgangsrapportage.
Wat hebben we bereikt?
Inleiding
Waar staan we nu ten opzichte van onze beleidsdoelstellingen? Uit de KRW-tussenevaluatie en de voortgangsrapportage SGBP-3 blijkt dat we de gestelde doelen uit het KRW-maatregelenpakket en het coalitieakkoord nu niet halen. Uit de toxiciteitsindicator blijkt dat de toxiciteit afneemt en de stagnatie wordt gekeerd.
Terugdringen emissies
Het plan om tot een geïntegreerde aanpak te komen hebben we niet uitgevoerd, omdat verschillende emissies een verschillende aanpak vereisen. Zodoende gaat een integrale aanpak ons niet verder helpen en is dit bijgesteld naar een aanpak voor glastuinbouw, agrarisch gebied, en stad en industrie.
Glastuinbouw
In de glastuinbouw zijn we steeds fijnmaziger te werk gegaan. We startten een pilot met een innovatieve droneboot. Binnen deze pilot (Meten op Slootniveau) voorzien we glastuinbouwbedrijven van informatie op slootniveau. Zo kunnen glastuinbouwondernemers zelf aan de slag met maatregelen die bijdragen aan een betere waterkwaliteit. De pilot had eind vorig jaar afgerond moeten zijn; dit is niet gelukt. Het opzetten van het gebiedsproces met de partners per polder vraagt meer tijd.
Agrarisch gebied
De agrarische maatregelen liepen overwegend volgens planning, met beperkte doorloop naar 2026. Er werd een meerjarig contract afgesloten met kringloopboeren in gemeente Midden ‑ Delfland. Dit programma ondersteunt agrariërs bij het ontwikkelen van kringloopbedrijven en streeft ernaar de mineralenkringloop te sluiten, wat de waterkwaliteit ten goede komt door minder stikstof en fosfor in het oppervlaktewater. We hebben een subsidieregeling voorbereid voor het vervangen van IBA’s (Individuele Behandeling van Afvalwater). Hiermee stimuleren we gemeenten om adressen die nog niet op de riolering zijn aangesloten alsnog aan te sluiten. Aanvragen kunnen vanaf 2026 worden ingediend.
Stad & industrie
Voor stad en industrie hanteren we ook het stramien van beïnvloeden (gezamenlijk beeld ontwikkelen, gegevens uitwisselen en afspraken maken, waar we elkaar vervolgens op kunnen aanspreken. Ieder vanuit eigen taak- en bevoegdheid.) De gespreksroute hiervoor loopt via De staat van ons Water. In veel gemeenten en bij de provincie hebben we de gesprekken nog niet genoeg kunnen laden met inhoud over emissies vanuit de stad en industrie. Dit vraagt nog aandacht; daarom geven we hier actief een vervolg aan om tot een gezamenlijk handelingsperspectief te komen.
Afgelopen jaar ging onze aandacht naar primaire bronnen van vervuiling. Dit betrof inzichtelijk krijgen van oude vervuilingen, zoals PFAS en ZZS. De Provincie Zuid-Holland heeft een rapport uitgebracht met daarin hoog risico activiteiten. Dit is ons aanknopingspunt.
Om meer zicht te krijgen op overige emissies, zijn we een pilot gestart en hebben we in het stedelijk gebied en bij de industrie meetnetten opgezet voor microverontreinigingen. We hebben een PFAS-viewer ontwikkeld en pilots voorbereid voor foutaansluitingen en industrieterreinen. Het vergt nog veel inzet om het niveau dat binnen de glastuinbouw is bereikt, hier ook te bereiken.
Versnellen waternatuur
Lange tijd is het beeld geweest dat waternatuur NEZ’en zijn die Delfland aanlegt in Delflands water. Ook is er een beeld ontstaan dat bij het versnellen van waternatuur de aanleg van NEZ’en in Delflands water versneld moest worden.
In 2025 is ons perspectief op wat waternatuur verbreed. We kijken niet meer alleen naar NEZ’en, maar ook naar het brede beeld van (water)natuur. Bij waternatuur valt ook te denken aan onze manier van beheren van de watergangen en de methode van het maaien, zowel onder water als aan de taluds. Ook zien wij de aanleg van natte ecologische zones/NVO’s door derden als een aanvulling op waternatuur. Dit levert een bijdrage aan de gezondheid van ons water.
Door actief in contact te staan met onze ketenpartners – met behulp van de Staat van ons Water gesprekken – is ons beeld verruimd. We leren dat ketenpartners veel inspanningen verrichten om natuur aan te leggen. We waarderen de inspanningen van ketenpartners om samen met onze eigen inspanningen te zorgen voor een verbeterd en sterk natuurnetwerk.
In ons eigen netwerk hebben we de planning voor aanleg van NEZ’en niet gehaald. Van de acht kerngebieden hebben we er drie niet voltooid. Voor enkele resterende NEZ-kerngebieden is aanvullende planvorming nodig; deze opgave kan mogelijk niet volledig worden afgerond vóór 2028.
Op vijf NEZ-locaties is submerse vegetatie aangeplant, in navolging van het strategisch plan voor submerse waterplanten (onderwaterplanten). We hebben in beeld gebracht waar ecologisch baggeren effect kan hebben. De uitvoering hiervan valt (financieel) onder het programma Waterkwantiteit.
Aangelegde natuur vraagt aandacht. Dit groeit en bloeit niet vanzelf, maar heeft onderhoud nodig. Er is een nieuw onderhoudscontract voor NEZ-locaties afgesloten. Voorbereidingen voor de aanpak van rivierkreeften zijn getroffen, met start van afvang in 2026 en opschaling naar 170 locaties in 2027. Ter ondersteuning hiervan hebben we begin 2026 een seminar georganiseerd met betrokken stakeholders. Dit is onderdeel van onze beïnvloeding om het landelijke exotenbeleid te adresseren. Daarnaast heeft Delfland juridische stappen gezet richting het ministerie van LVVN om knelpunten in het landelijke exotenbeleid aan te pakken.
Beïnvloeding (Regels maken en benutten)
We hebben een beweging gemaakt van een afhankelijke opstelling naar het actief beïnvloeden. Hiermee spreken we ketenpartners actief aan om hun rol en verantwoordelijkheid te pakken. We ondersteunen met onze kennis en middelen. Daarbij werken we altijd volgens een stramien waarin we eerst een gezamenlijk beeld ontwikkelen, gegevens uitwisselen en afspraken maken, waar we elkaar vervolgens op kunnen aanspreken.
Op het gebied van regelgeving is in 2025 duidelijke voortgang geboekt. Zo is de beleidsregel Zorgplicht bij lozingsactiviteiten glastuinbouw vastgesteld. De eerdere wens, om de beleidsregel te borgen in de waterschapsverordening, hebben we in samenspraak met de glastuinbouwsector, losgelaten. We zetten in op borging in de landelijke regelgeving. De transitie van toepassing van zorgplichthandhaving vraagt nog aandacht. Verder is in 2025 de kring van overtreders verbreed door, naast bedrijven, nadrukkelijk ook natuurlijke personen aan te spreken op overtredingen.In 2025 zijn stappen gezet om aanbevelingen uit eerdere juridische analyses door te vertalen naar beleidsontwikkeling en vergunningverlening. Dit vergt meer tijd en wordt in 2026 voortgezet.
Wat heeft het gekost?
Exploitatie:
1.2.2.1 .2 Tabel: Exploitatie programmalijn Waterkwaliteit
Waterkwaliteit | Rekening | Begroting | Bijgestelde | Rekening |
|---|---|---|---|---|
Lasten | 10.921 | 14.465 | 14.345 | 13.864 |
Baten | 20 | -100 | -380 | -435 |
Saldo | 10.941 | 14.365 | 13.965 | 13.429 |
Toelichting:
Lasten
De afwijking van de kosten (€ 0,47 miljoen) ten opzichte van de bijgestelde begroting is voornamelijk te verklaren door de realisatie op het ecologisch onderhoud. Dit onderhoud omvat zowel de werkzaamheden aan natte ecologische zones (NEZ) en andere ecologische assets, als het (groot) onderhoud aan waterbergingen en droge terreinen die binnen dit budget worden gedekt.
De kosten voor ecologisch onderhoud vielen lager uit dan begroot. Dit betreft met name het onderhoud aan natte ecologische zones (NEZ) en andere ecologische assets. Omdat 2025 het eerste jaar was van het nieuwe onderhoudscontract, is de begroting bewust conservatief opgesteld om kosten en uitvoeringsrisico’s beheersbaar te houden. In de praktijk bleek de uitvoering minder kostbaar en minder complex dan verwacht. Op basis hiervan zijn voor 2026 meer onderhoudswerkzaamheden ingepland. | 0,2 |
|---|---|
Een aantal geplande werkzaamheden zijn niet uitgevoerd, doordat de voorbereiding meer tijd vergde of externe omstandigheden uitvoering verhinderden. Dit betreft onder andere:
| 0,3 |
Totaal | 0,5 |
